Aandoeningen

Hier vindt u een overzicht met veel voorkomende aandoeningen op MDL-gebied.

Darmkanker

Darmkanker wordt jaarlijks bij ongeveer 12.000 Nederlanders vastgesteld. Met darmkanker wordt kanker van de dikke darm bedoeld. Kanker van de dunne darm is zeldzaam en wordt hier buiten beschouwing gelaten. Darmkanker is hiermee bij mannen, na prostaat en longkanker, de meeste voorkomende vorm van kanker. Bij vrouwen komt alleen borstkanker nog vaker voor. Het aantal gevallen van darmkanker zal mede a.g.v. de vergrijzing de komende jaren stijgen.

Darmkanker geeft lang niet altijd klachten, zeker niet in het begin. Klachten welke kunnen passen bij darmkanker zijn bijvoorbeeld rectaal bloedverlies, verandering van het gebruikelijke ontlastingspatroon, buikpijn en gewichtsverlies. Geen van deze klachten is echter specifiek voor darmkanker. Ook kan een bloedarmoede soms het enige symptoom zijn van darmkanker.
Veruit in de meeste gevallen ontstaat darmkanker uit een goedaardige darmpoliep. Lang niet alle goedaardige darmpoliepen worden kanker. Van degene die dat wel doen wordt gedacht dat het 10-20 jaar duurt voordat zo’n poliep uitgroeit tot darmkanker. Bij erfelijke vormen van darmkanker (ca. 5% van alle gevallen van darmkanker) gaat dit echter veel sneller. Lees elders op deze pagina meer over darmpoliepen.
Darmkanker wordt meestal vastgesteld d.m.v. een darmonderzoek (colonoscopie). Hiermee wordt de binnenkant van de dikkedarm door de MDL-arts bekeken. Op het moment dat er tijdens dit onderzoek verdenking op darmkanker bestaat, worden er weefselmonsters genomen en wordt soms de afwijkende plek in de darm gemarkeerd met een tatoeage. Zodra met weefselonderzoek vast is komen te staan dat het om darmkanker gaat, moet verder onderzoek uitwijzen of er eventueel uitzaaiingen (metastasen) zijn. Uitzaaiingen bij darmkanker gaan vaak naar de lever en de longen.
De behandeling van darmkanker is voornamelijk chirurgisch als er geen aanwijzingen zijn voor uitzaaiingen. Hierbij wordt de tumor met een deel van de dikkedarm en bijbehorende bloedvaten en lymfeklieren verwijderd. Tegenwoordig wordt hiervoor, indien technisch mogelijk, steeds vaker een kijkoperatie verricht. Dit zorgt voor een kleinere wond en sneller herstel.
Als er wel uitzaaiingen van darmkanker zijn dan hangt verder behandeling en prognose in hoge mate af van de plek en het aantal uitzaaiingen. Ook speelt de algehele conditie van de patiënt een belangrijke rol.
Het is bij de behandeling van darmkanker van groot belang dat er goed wordt samengewerkt tussen de verschillende specialismen. Daarom worden in ons ziekenhuis alle patiënten met darmkanker uitgebreid besproken tijdens een multidisciplinair overleg. Hierbij kijken MDL-artsen, oncologen, bestralingsartsen, radiologen, pathologen en chirurgen samen wat de beste behandeling voor een individuele patiënt is. Daarbij zijn ook specialisten uit het Antonie van Leeuwenhoek ziekenhuis aanwezig, een ziekenhuis waarmee wij nauw samenwerken. Het behandelplan wordt dan later uitgebreid met de patiënt en de familie besproken.
Een goede brochure met aanvullende informatie over darmkanker kunt u downloaden via de maag lever darm stichting.

Darmpoliepen

Poliepen van de dikke darm zijn van belang omdat het een voorstadium van darmkanker kan zijn. Veruit de meeste poliepen zijn gelukkig nog goedaardig bij diagnose. Niet alle poliepen hebben het vermogen kwaadaardig te worden.

Er zijn twee soorten goedaardige poliepen. De zogenaamde ‘hyperplastische’ poliep ontaardt vrijwel nooit in darmkanker. Is er echter sprake van een ‘adenomateuze’ poliep (ook wel adenoom genoemd), dan bestaat die kans wel. Echter, we denken dat het merendeel van deze goedaardige adenomen zich nooit tot kanker ontwikkelt. Er zijn aanwijzingen dat degene die dat wel doen hiervoor 10-20 jaar nodig hebben. De lange tijd tussen dit goedaardige adenoom en mogelijk uiteindelijk darmkanker maakt deze vorm van kanker uitermate geschikt voor preventieve screening. Het tijdig verwijderen van deze adenomen maakt de kans op het ontstaan van darmkanker in de toekomst kleiner. Wanneer een poliep wordt gevonden tijdens een darmonderzoek (colonoscopie), kan weefselonderzoek later vertellen om welk soort poliep het gaat.
Poliepen geven meestal geen aanleiding tot klachten. Het is dus vaak niet mogelijk te weten of je poliepen hebt. Met een colonoscopie kan de MDL-arts in de dikkedarm kijken om te zien of er poliepen aanwezig zijn. Vaak kunnen de poliepen dan meteen tijdens dit onderzoek worden verwijderd. Soms, als de poliep bijvoorbeeld te groot, is wordt deze later door de chirurg verwijderd.
Wanneer blijkt dat iemand adenomen in de dikke darm heeft, blijft diegene vaak onder controle. Dit houdt in dat iemand om de paar jaar een colonoscopie ondergaat zodat nieuwe adenomen op tijd kunnen worden verwijderd. Of dit vervolgonderzoek nodig is, en hoe frequent, hangt af van het aantal adenomen, uw leeftijd en uw vitaliteit.
Een goede brochure met aanvullende informatie over poliepen in de dikkedarm kunt u downloaden via de maag lever darm stichting.

Diverticulose (uitstulpingen)

Diverticulose is de benaming voor kleine, zakvormige uitstulpingen, meestal gelegen in de dikke darm. Ze ontstaan vaak boven het veertigste jaar en geven over het algemeen weinig tot geen klachten.

Er wordt gedacht dat deze divertikels ontstaan a.g.v. een vezelarm dieet. Een dieet met weinig vezels resulteert in weinig ontlasting. Dit kan verstopping veroorzaken, waarbij de spieren van de dikke darm zich moeten inspannen om de harde ontlasting voort te bewegen. Hierdoor neemt de druk in het colon toe. Door de overmatige druk gaan de zwakke plekken in het dikke darm uitpuilen en daar ontstaan de divertikels. Vezelrijke voeding en voldoende vocht zouden de kans op het ontstaan van diverticulose mogelijk verminderen.
Hoewel de meeste mensen met diverticulose hier wellicht nooit klachten van zullen ondervinden, is er een klein deel waarbij de divertikels tot complicaties leiden. Het gaat hier dan met name om ontsteking van de divertikels (diverticulitis) en bloedingen uit divertikels (divertikelbloeding). Divertikels worden meestal gevonden tijdens een darmonderzoek (colonoscopie) of een darmfoto.

Functionele maagklachten

Maagklachten komen veel voor. Ongeveer één op de vier mensen in Nederland heeft er wel eens last van. De klachten zijn divers. Soms gaat het om brandend maagzuur (reflux) of om een maagzweer. Een andere mogelijke oorzaak van maagklachten is een ontsteking van het maagslijmvlies (gastritis).

Bij veel mensen zijn echter bovenstaande aandoeningen uitgesloten, bijvoorbeeld door middel van een maagonderzoek (gastroscopie). Toch blijven zij maagklachten houden. Deze maagklachten, waarvoor geen aanwijsbare oorzaak bestaat, worden ook wel functionele maagklachten genoemd. Functionele maagklachten (en ook functionele darmklachten of prikkelbaar darm syndroom) komen veel voor. Ze kunnen veroorzaakt worden door een verstoorde beweging van de maag. Ook kan een verhoogde gevoeligheid mogelijk een rol spelen. De klachten zijn medisch gezien niet ernstig. Voor veel patiënten zijn de klachten echter erg vervelend en soms pijnlijk.
De oorzaak van functionele maagklachten is niet bekend. Bij veel mensen is het waarschijnlijk een combinatie van meerdere factoren, waaronder een verstoorde beweging van de maag, het voedingspatroon en psychische factoren. Mogelijk is er bij sommige patiënten ook sprake van een verhoogde gevoeligheid voor prikkels in het maagdarmkanaal.
Omdat de oorzaak van de klachten niet bekend is, is het niet mogelijk om functionele maagklachten gericht te behandelen. Gelukkig zijn er wel tips en adviezen welke verlichting kunnen geven. Over het algemeen is het zo dat functionele maagklachten vaak vanzelf weer tot rust komen en uiteindelijk helemaal kunnen verdwijnen. Een goede brochure over functionele maagklachten kunt u downloaden via de maag lever darm stichting.

Galstenen in de galgang

Gal wordt gemaakt in de lever en vervolgens tijdelijk opgeslagen in de galblaas. Wanneer er voedsel vanuit de maag in de twaalfvingerige darm komt, knijpt de galblaas samen en loopt de gal via de galgang naar de twaalfvingere darm. Daar wordt de gal met de voedselbrij vermengd.

Gal is nodig om het voedsel goed te verteren, met name de vetten. Gal geeft ontlasting z’n bruine kleur.
Soms verandert het normaal vloeibare gal in kleine vaste korreltjes en kunnen er uiteindelijk galstenen ontstaan. Meestal bevinden deze galstenen zich in de galblaas. Daar zorgen de galstenen lang niet altijd voor problemen.
Galblaasstenen welke geen klachten geven hoeven niet behandeld te worden. Echter, wanneer de galsteen vanuit de galblaas in de veel nauwere galgang terechtkomt, ontstaan er nogal eens problemen. De galsteen komt vaak klem te zitten in de galgang waarbij deze door samen te knijpen probeert de galsteen te verwijderen. Dit geeft hevige stekende pijn in de (rechter)bovenbuik, ook wel ‘koliekpijn’ genoemd. Daarnaast kan het gal de twaalfvingerige darm niet meer bereiken omdat de galsteen de galgang afsluit. Hierdoor ontkleurt de ontlasting welke er daardoor uitziet als stopverf. Tegelijkertijd ‘lekt gal terug naar het bloed’ waardoor er geelzucht ontstaat en donkere urine. Twee ernstige complicaties van galgangstenen zijn een bijkomende infectie van de galgang (cholangitis) of een acute ontsteking van de alvleesklier (pancreatitis).
Zodra vast is komen te staan dat er een galsteen klem zit in de galgang, dan is het vaak noodzakelijk de galsteen te verwijderen. Dit doet de MDL-arts door middel van een galwegonderzoek, ook wel ERCP genoemd.
Zodra hierna de galgang weer doorgankelijk is, wordt vaak enkele weken later ook de galblaas door de chirurg verwijderd. Dit maakt de kans dat er later weer nieuwe galstenen ontstaan kleiner.

Hepatitis

Hepatitis betekent letterlijk ‘ontsteking van de lever’. Een ontsteking van de lever doet geen pijn en geeft lang niet altijd klachten. De meest voorkomende klachten zijn vermoeidheid en soms geelzucht. Meestal wordt een hepatitis bij toeval gevonden tijdens bloedonderzoek.

Hierbij blijken dan bepaalde leverwaarden (AST en ALT) verhoogd te zijn. Er zijn vele oorzaken van hepatitis waarbij sommige een tijdelijke en andere een chronische leverontsteking kunnen veroorzaken. De meest voorkomende oorzaken van een tijdelijke hepatitis zijn bijwerkingen van geneesmiddelen, alcohol en bepaalde infecties, bijvoorbeeld het hepatitis A virus. Mogelijke oorzaken van een chronische hepatitis zijn het hepatitis B en C virus, auto-immuunziekten van de lever of de zogenaamde stapelingsziekten van de lever, waarbij ijzer of koper zich ophoopt in de lever en een ontsteking veroorzaakt. Als de hepatitis maar lang genoeg bestaat kan er na jaren levercirrose optreden. Dit is vorming van litteken weefsel in de lever en is onomkeerbaar.
Soms is het erg lastig te achterhalen wat nu precies de hepatitis veroorzaakt. Dan wordt vaak om toch een diagnose te stellen een leverbiopt verricht. Hierbij wordt met een naald een beetje weefsel uit de lever gehaald om onder de microscoop te bekijken. Dit gebeurt vaak onder plaatselijke verdoving.
Voor verder informatie over hepatitis kunt u terecht bij de lever patiëntenvereniging. Een goede brochure over de werking van de lever, hepatitis en in het bijzonder hepatitis A, B en C kunt u vinden via de maag lever darm stichting.

Maagzweer

Een maagzweer is een lokale beschadiging van het slijmvlies aan de binnenkant van de maag. Van nature wordt het maagslijmvlies beschermd door een zuurbestendige slijmlaag. Maagzuur heeft een pH van 2 tot 3 en is nodig voor vertering van het voedsel en het doden van bacteriën. Wanneer de zuurbestendige laag wordt aangetast heeft het maagzuur vrij spel en kan een maagzweer ontstaan.

Klachten van een maagzweer kunnen bestaan uit pijn in de bovenbuik, met name ‘s nachts en op een lege maag. Ook een opgeblazen gevoel, snelle verzadiging na de maaltijd en zuurbranden kunnen soms voorkomen. Echter, een aanzienlijk deel van de mensen met een maagzweer heeft geen specifieke buikklachten en komt bijvoorbeeld op de eerste hulp a.g.v. een maagbloeding vanuit een maagzweer. Symptomen welke kunnen passen bij een bloedende maagzweer zijn bloedbraken, ’teerachtige’ zwarte ontlasting (is verteerd bloed) of een bloedarmoede.
Oorzaken van een maagzweer zijn veelal het bestaan van een maagbacterie (de helicobacter pylori) of het gebruik van bepaalde pijnstillers uit de groep van de zogenaamde ’NSAID’s’. Deze groep van pijnstillers kan de zuurbestendige laag van de maag aantasten. Dit effect werkt via het bloed, dus ook zetpillen van deze groep pijnstillers kunnen maagzweren veroorzaken. Deze pijnstillers zijn zonder recept bij de drogist verkrijgbaar. Enkele voorbeelden zijn acetylsalicylzuur (Aspirine), ibuprofen (Nurofen, Advil, Brufen), naproxen (Aleve) en diclofenac (Voltaren, Cataflam). Soms ontstaan maagzweren a.g.v. maagkanker, dit komt gelukkig weinig voor.
Als er verdenking bestaat op een maagzweer wordt een maagonderzoek (gastroscopie) verricht. Hiermee kijkt de MDL-arts met een flexibele slang in uw maag om eventuele zweren op te sporen. Als een zweer bloedt kan met behulp van dit onderzoek vaak de bloeding worden behandeld of weefselmonsters worden genomen.
Een goede brochure met aanvullende informatie over maagzweren kunt u downloaden via de maag lever darm stichting.

Prikkelbare darm syndroom

Het prikkelbare darm syndroom (PDS) is de meest voorkomende oorzaak van chronische buikklachten in de Nederlandse huisartspraktijk. Het PDS wordt ook wel ‘spastische darm’ of IBS (irritable bowel syndrome) genoemd.

Het syndroom komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Het is belangrijk te weten dat het PDS vervelend is, maar geen ernstige ziekte. Het is geen infectie van de darm en heeft ook niets met darmkanker te maken. Het is een overgevoelige darm. Het is een darm die snel reageert op bepaalde voedingsmiddelen, emoties of manier van leven en stress. De darm wordt geprikkeld en de darmspieren verkrampen. Dit is pijnlijk en soms uitermate vervelend. Een opgeblazen gevoel en flatulentie komen ook vaak voor bij het PDS. Er bestaat geen genezing voor het PDS. Het beloop van het PDS is vaak langdurig, wisselend en onvoorspelbaar. Gelukkig zijn er wel tips en voedingsadviezen welke de klachten kunnen verminderen. Een goede brochure met aanvullende informatie over het PDS kunt u downloaden via de maag lever darm stichting. Ook is er de belangenvereniging PDS. Een relatief nieuwe aanpak voor ernstige gevallen van PDS is hypnotherapie.

Slokdarmkanker

Slokdarmkanker wordt jaarlijks bij ca. 1150 Nederlanders vastgesteld. Het is één van de snelst toenemende vormen van kanker en de incidentie is in de afgelopen 10 jaar met 6% per jaar gestegen.
De meest voorkomende klacht welke kan passen bij slokdarmkanker is dat (vast) voedsel niet goed meer wil zakken. Raadpleeg daarom bij deze klacht altijd uw huisarts.

Slokdarmkanker wordt meestal vastgesteld met behulp van een maagonderzoek (gastroscopie). Hierbij wordt naast de maag namelijk ook de slokdarm bekeken. Wordt er een verdachte afwijking in de slokdarm gevonden, dan moet weefselonderzoek uitwijzen of er sprake is van slokdarmkanker.
Als dit inderdaad het geval is, dan zal aanvullend onderzoek moeten worden verricht om te zien of er sprake is van uitzaaiingen (metastasen).
Wanneer er geen aanwijzingen zijn voor uitzaaiingen en de patiënt in goede conditie verkeert, is operatie soms nog mogelijk. Hierbij wordt de slokdarm verwijderd en wordt van de maag een nieuwe slokdarm (buismaag) gemaakt.
Helaas heeft een groot deel van de patiënten op het moment dat de diagnose slokdarmkanker wordt gesteld al uitzaaiingen en is operatie vaak niet meer mogelijk.
Een goede brochure met aanvullende informatie over slokdarmkanker kunt u downloaden via de maag lever darm stichting.

Ziekte van Crohn en colitis ulcerosa

De twee meest voorkomende chronische vormen van darmontsteking zijn de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa. Samen worden deze ziekten ook wel ‘inflammatory bowel disease’ (IBD) genoemd.

Er zijn momenteel ca. 50.000 Nederlands met IBD, 20.000 met de ziekte van Crohn en 30.000 met colitis ulcerosa.
De ziekte van Crohn kan ontstekingen op elke plek van ‘mond tot kont’ veroorzaken, echter meestal betreft het een ontsteking van het laatste deel van de dunne darm (het ileum), de dikke darm of een combinatie van die twee. Colitis ulcerosa komt alleen voor in de dikke darm (colitis betekent ‘ontsteking van de dikke darm’ en ulcera staat voor ‘zweren’).
Beide ziektebeelden kennen een onvoorspelbaar en grillig beloop. Het is niet duidelijk hoe beide aandoeningen precies ontstaan. Om te zien of er sprake is van IBD dient vaak een darmonderzoek (colonoscopie) te worden verricht. Hierbij kan in de dikke darm worden gekeken en kunnen bij afwijkingen weefselmonsters worden afgenomen. De behandeling bestaat vaak uit zogenaamde ontstekingsremmende medicatie. Soms is operatie van het ontstoken darmdeel aangewezen. Voor meer uitgebreide informatie kunt u terecht bij de crohn en colitis ulcerosa vereniging. Een goede brochure over de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa kunt u downloaden via de maag lever darm stichting.